Start
Informatie
Programma
Prijs
Woordenlijst
FAQ
Contact



Verklarende woordenlijst

Risicobeheersing
Ondernemen is per definitie risico nemen. De kunst is deze risico’s zoveel mogelijk te beperken, zonder het ondernemende karakter
geweld aan te doen. Goed risico’s beheersen betekent ‘in control’ zijn en dat heeft zijn voordelen. Soms genereert het ene voordeel vanzelf
het andere voordeel. Adequater kunnen reageren op externe invloeden en risico’s, meer inzicht in proces- en beheerskosten dus ook beter
in te schatten welke risico’s u tegen welke kosten wilt lopen, door bedrijfsprocessen tegen het licht te houden de onderneming efficiënter en
effectiever inrichten, in control zijn kan u een betere positie opleveren ten opzichte van de concurrentie en geeft u sneller en beter inzicht
bij het nagaan van bedreigingen. Ook dat geeft uw onderneming een voorsprong.

Strategie
“Strategy is the determination of the basic long-term goals and objectives of an enterprise, and the adoption of courses of action and the
allocation of resources necessary for carrying out these goals.”  (def . van Chandler)

“Strategie is de bepaling van de basale lange termijn doelen en doelstellingen van een onderneming, als ook het overnemen van de
actiemogelijkheden en de toewijzing van middelen die nodig zijn voor de uitvoering van deze doelstellingen.”

Strategie is belangrijk en noodzakelijk voor een bedrijf om goed te kunnen (blijven) presteren en moet niet worden verward met
operationele effectiviteit (methoden om doelen te bereiken, niet de te varen koers/strategie). De keuze uit mogelijke wegen en middelen
teneinde een doelstelling te realiseren. Ook wel de  meerjarenaanpak door directie of management van een planmatige en doelgerichte
inzet van mensen en middelen om visie en missie te kunnen realiseren. (3 tot 5 jaar). 

Efficiency
Het op zodanige wijze gebruiken van de financiële, personele en materiële middelen dat bij een gegeven hoeveelheid middelen
een maximale output wordt verkregen of dat voor een hoeveelheid output van een gegeven kwaliteit een zo gering mogelijke input benodigd is.

Winst en verlies
Onder de Verlies en winstrekening verstaan we een opgave van de bedrijfsgang van de onderneming, waaruit men kan aflezen of
er in het boekjaar winst of verlies geboekt is. Wordt afgeleid uit de baten en lasten Ook wel resultatenrekening genoemd.

Rendement
Rendement is de opbrengst of winst van een door iemand gedane investering. Wanneer er rendement is behaald is de opbrengst of
winst groter dan de gemaakte kosten. Dit heeft niet alleen betrekking op geldelijk rendement. Meer algemeen betekent rendement dat
de output groter is dan de input. Rendement behalen heeft dus niet alleen betrekking op investeringen. Een belangrijk synoniem van
rendement is effect. Die laatste term geeft goed weer wat rendement betekent in niet-commerciële situaties. Het kan dus ook gaan om
machines en gebouwen: ''Dit bedrijfsgebouw is klimaatneutraal waardoor u er optimaal rendement uit haalt.'' Op bijvoorbeeld beleggingen
in aandelen kan rendement worden behaald. De opbrengst uit de gedane belegging is dan groter dan het bedrag dat er is betaald voor
het kopen van aandelen. Doorgaans wordt rendement in percentages weergegeven.

Rentabiliteit
De rentabiliteit geeft aan hoeveel winst er is behaald met het geïnvesteerde vermogen. Het geeft een beeld van de winstgevendheid
van een bepaald bedrijf . Hoe hoger de rentabiliteit is, hoe aantrekkelijker het bedrijf voor investeerders is. Er zijn drie soorten rentabiliteit:
de rentabiliteit van het totale vermogen (RTV), de rentabiliteit van het vreemde vermogen (RVV) en de rentabiliteit van het eigen vermogen (REV).
De RTV geeft aan hoeveel al het vermogen dat in een bedrijf wordt gestoken uiteindelijk oplevert. Hiermee wordt berekend of een bedrijf er
goed aan doet om verder te investeren, bijvoorbeeld door nieuwe machines te kopen. Bij het eigen vermogen wordt er gekeken naar het
vermogen waarover een bedrijf zelf beschikt. Bij vreemd vermogen wordt gekeken naar bijvoorbeeld leningen of schulden.

Lening  of krediet
Een krediet is een zeker kapitaal (meestal geld) dat aan iemand is verstrekt maar waar op een zekere termijn een dienst of terugbetaling
voor verschuldigd is, dus eigenlijk een economische term voor lening. Een bankkrediet is een toezegging van de bank dat tot een bepaald
bedrag, de kredietlimiet, geld kan worden geleend of geld kan worden opgenomen.

Rekening Courant krediet
Het rekening-courantkrediet of bankkrediet is een vorm van kort lopend vreemd vermogen waarbij zowel de bank als de cliënt in een
schuld- of vorderingspositie kunnen verkeren. Het is één van de meest voorkomende soorten krediet. Het betreft hier een rekening
waar de onderneming al haar inkomend en uitgaand betalingsverkeer door laat lopen. 

Schulden
Bedrag dat iemand had moeten betalen, maar waarvan de betaling nog niet is verricht. Bedrag dat direct opvorderbaar is in het geval
van een faillissement, maar dat vervolgens wordt omgezet in een vordering. Vreemd vermogen waarvan de vervaldatum is verstreken.

Liquiditeiten
Liquiditeit is een bedrijfseconomische term. De liquiditeit van een onderneming  is het geheel van middelen dat direct gebruikt kan worden
om de lopende betalingsverplichtingen te voldoen. Een duidelijk onderscheid is er tussen dynamische en statische liquiditeit.
Bij dynamische liquiditeit wordt aan de hand  van een liquiditeitsbegroting bepaald of de binnenkomende geldstromen voldoende zijn
om in een bepaalde periode  groter of kleiner zijn dan de uitstromende geldstromen. De statische liquiditeit kijkt vooral naar de vlotte activa  
en of daarmee op korte termijn aan de verplichtingen kan worden voldaan. De statische liquiditeit wordt berekend door de methoden current ratio,
netto-werkkapitaal  of quick ratio. Liquide middelen is een veelvoorkomende term die gepaard gaat met liquiditeit. Dat is chartaal of giraal geld en
alle overige beleggingen en deelnemingen die kunnen worden geconverteerd in geld, liquide gemaakt kunnen worden.

Kasstroom
Kasstroom (Engels : cash flow) is een term in de bedrijfseconomie  waarmee bij een onderneming  de in- en uitstroom van liquide middelen  
bedoeld wordt. De netto kasstroom is het verschil tussen de ontvangsten en uitgaven gedurende een bepaalde periode of voor een bepaald project.
Als de uitgaven de ontvangsten overtreffen, wordt van een negatieve kasstroom gesproken. Zijn de ontvangsten groter dan de uitgaven,
dan is er een positieve kasstroom. Hoewel het woord "kas" suggereert dat de kasstroom slechts chartaal geld  betreft, omvat de kasstroom
ook giraal geld  waar een onderneming over kan beschikken. Een onderneming kan winst maken en toch een negatieve netto  kasstroom hebben,
of andersom. Aan het traditionele winstdenken kunnen nadelen kleven . Zo wordt er niet op structurele wijze rekening gehouden met het element tijd,
kosten gaan voor de baten uit en de tijd daartussen en het risico  van wanbetaling, prijsaanpassingen en onvolledige prijsberekeningen. 

Faillissement
Rechterlijke uitspraak dat een ondernemer of onderneming heeft opgehouden te betalen. Vervolgens benoemt de rechter een curator
om alle eigendommen (ook wel aangeduid als bezittingen door boekhouders of als vermogen door juristen) te verkopen ten einde de
vorderingen op de onderneming  (schulden).

Betalingsonmacht
Situatie waarbij een ondernemer of onderneming nog niet heeft opgehouden te betalen maar ook niet meer in staat is de openstaande
verplichtingen tijdig te voldoen. Bij de belastingdienst kan betalingsonmacht gemeld worden voor de lopende verplichtingen.
Communiceren is beter dan zwijgend afwachten! Wanneer de belastingdienst tijdig wordt ingelicht over betalingsproblemen en geïnformeerd
wordt over de manier en de termijn waarbinnen de betalinsgonmacht zal worden opgelost, is er vaak meer sprake van begrip en soepelheid
dan wanneer er bellen gaan rinkelen, omdat de ene na de andere aanslag niet wordt betaald.


Bedrijfsproces
Een ordening van activiteiten om een product of dienst te leveren die toegevoegde waarde bieden aan de klant,
zijnde een keten van activiteiten, gekoppeld en gestuurd door beslissingen
- primaire processen (of productieprocessen, operationele processen); Alle activiteiten waarvan de output direct bijdraagt aan
  het resultaat voor de klant. De primaire bedrijfsprocessen vormen het bestaansrecht van een organisatie.
- sturende processen (of managementprocessen); Alle activiteiten die benodigd zijn om de organisatie en de processen te kunnen besturen.
- ondersteunende processen; Alle activiteiten die benodigd zijn om het primaire proces te faciliteren.

Kosten
Kosten zijn alle op geld gewaardeerde offers die gebracht zijn bij de productie.
Bijvoorbeeld: grondstofkosten, afschrijvingskosten, vermogenskosten, loonkosten etc.

Belastingen
Onder belasting wordt verstaan een algemene, verplichte betaling aan de overheid door een rechtssubject, waartegenover
geen individuele prestatie van die overheid aan dat rechtssubject staat. Belastingen worden geheven op grond van een wet
(het zogenoemde legaliteitsbeginsel, neergelegd in artikel 104 Grondwet).

Bedrijfskosten
Kosten ten laste van de ondernemer, die worden doorberekend in de verkoopprijs van het product . Om het resultaat te kunnen berekenen
worden de bedrijfskosten van de brutowinst afgetrokken.

Omzet (turnover)
Geldswaarde van de verkopen in een bepaalde periode. In formule vorm: TO = p x q ; waarin TO de omzet of totale opbrengst is,
p de prijs per eenheid en q de afzet.

Afschrijvingen
Geregistreerde en systematische daling in de waarde van een vast kapitaalgoed. Som van de geregistreerde waardedalingen van
een groep vaste activa  op de balans. Afschrijving vindt plaats tot de waarde is gedaald tot de residuwaarde  aan het eind van
de economische levensduur. Afschrijving geschiedt onder meer door: veroudering van objecten en/of voorraad, oninbaarheid van
vorderingen, prijsdalingen of onherstelbare/onverzekerde schade. De meest gebruikte afschrijvingsmethode zijn: lineair en annuïtair.

Kostprijs
De kostprijs bestaat uit de aan een product toegerekende vaste en variabele kosten. Bij de vaststelling van de verkoopprijs vormt
de kostprijs van het product het uitgangspunt. Een winstgevende productie is alleen mogelijk als de verkoopprijs de kostprijs overtreft.

Brutowinst
Onder brutowinst wordt verstaan de omzet min de inkoopwaarde of de kostprijs van de verkopen. Formule: brutowinst = omzet - inkopen. 

Brutomarge
Onder brutomarge wordt de verhouding tussen de brutowinst en de omzet verstaan. 
De brutomarge is de brutowinst uitgedrukt in een percentage van de jaaromzet.
De brutomarge geeft een gemiddeld beeld t.o.v. de jaaromzet. Men kan natuurlijk ook de brutomarge per productgroep berekenen.

Debiteuren en crediteuren
Na levering van diensten of producten ontstaat er een schuld aan de leverancier. De schuldenaar (afnemer) is de debiteur;
de schuldeiser (leverancier) is de crediteur. 

Financiering
Financiering is het leveren van kapitaal (financiën) om zo een bepaalde activiteit te bekostigen. 

Jaarrekening
Ook wel aangeduid met de `jaarstukken` van de onderneming. De jaarrekening bestaat uit de balans, winst- en verliesrekening
en jaarverslag (toelichtingen en de accountantsverklaring). Uit deze stukken kunnen resultaten van het bedrijf worden gelezen,
zo ook de waarde van de bezittingen, schulden, solvabiliteit en liquiditeit. Het jaarverslag is het schriftelijk verslag van een onderneming
over de gang van zaken in het afgelopen boekjaar. Meestal wordt daarin ook iets gezegd over de vooruitzichten.

BV
Afkorting voor besloten vennootschap. Dit is een ondernemingsvorm met rechtspersoonlijkheid en een in aandelen verdeeld maatschappelijk
kapitaal die niet vrij te verhandelen zijn. Een BV betaalt vennootschapsbelasting over de winst.

Eenmanszaak
Juridische vorm om het eigendom te regelen in een bedrijf waar één persoon de zeggenschap heeft. Een eenmanszaak kan dus wel
honderd mensen in dienst hebben, maar zolang er één persoon is die het eigen vermogen van de onderneming beheert, is er juridisch sprake
van een eenmanszaak. De onderneming die eigendom is van een natuurlijk persoon en voor diens rekening en risico wordt gedreven, ook wel
inkomstenbelasting ondernemer genoemd. De ondernemer betaalt inkomstenbelasting over de winst uit onderneming.
VOF
Vof is de afkorting van vennootschap onder firma. Een vof is een vennootschap waarbij onder een gemeenschappelijke naam een onderneming
wordt gedreven. Een vof kan bij onderhandse akte worden opgericht. Een aandeel of belang in een vof is niet eenzijdig overdraagbaar.
Wel zijn alle vennoten hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. Het faillissement van de vof impliceert
dus ook het faillissement van de vennoten. Vennoten van een vof zijn ook inkomstenbelasting ondernemers. De vennoten betalen
inkomstenbelasting over hun aandeel in de winst uit onderneming van de vof.


Kollommenbalans
Overzicht/staat waarop de grootboekrekeningen zijn vermeld met de tellingen van de debet-en creditboekingen(proefbalans)en met de
saldi(saldibalans).Hiermede kunnen de balans en  winst- en verliesrekening worden opgebouwd.

Omzetbelasting
Belasting over de netto-omzet. Het principe is dat een onderneming bij inkoop BTW betaalt en bij verkoop over haar hele netto-omzet
BTW in rekening brengt. Vervolgens draagt zij het saldo van deze twee bedragen af aan de overheid.

Investeringen
Uitgave om duurzame kapitaalgoederen (dus gebouwen en machines) aan te schaffen. Vergroting van debetposten op de balans (
dus ook vlottende kapitaalgoederen, zoals voorraden en debiteuren, maar ook kasgeld of banktegoed). Een grote uitgave ineens (Volksmond). 

Bedrijfsadviseur
Iemand die vanuit een specialisme een bedrijf adviseert in zaken de bedrijfsvoering.

Accountant
Iemand die beroepsmatig zorgt voor het inrichten, nazien en controleren van boekhoudingen en administraties van instellingen en bedrijven,
en daar toe ook bevoegd is. Vaak wordt ook de belastingaangifte verzorgd door een accountant.

Incasso
De inning van vorderingen. Buitengerechtelijke inning van een geldvordering. Voordat wordt overgegaan tot vervolging in rechte,
zal de schuldeiser trachten zijn vordering in der minne te krijgen.  Machtiging om de gefactureerde bedragen automatisch van de
rekening van een debiteur/schuldenaar af te schrijven.

Balans
De balans is een overzicht van alle bezittingen aan de linkerkant (activa of debetzijde) en de schulden plus het eigen vermogen
aan de rechter kant (passiva of creditzijde) op een bepaald moment.Ook wordt een balans wel gedefinieerd als een staat, waar
links de samenstelling van de bezittingen en rechts de herkomst (de bronnen) van het vermogen staat.

Prognose
De liquiditeitsprognose is een overzicht van toekomstige ontvangsten en uitgaven. Bijvoorbeeld per maand, over een periode van een jaar.
De liquiditeitsprognose is een middel om de liquiditeitsontwikkeling in de gaten te houden.

W&V rekening
De winst- en verliesrekening geeft een overzicht van alle kosten en opbrengsten die het gevolg zijn van de exploitatie
van een bedrijf gedurende een jaar.

Activa
Term uit de economie waarmee alle bezittingen van een bedrijf of onderneming worden bedoeld. Er wordt onderscheid gemaakt
tussen vaste en vlottende activa. Vaste activa zijn bezittingen die langer dan één jaar aan een bedrijf verbonden zijn.
Dit kunnen gebouwen of auto's zijn, maar ook beleggingen op de langere termijn of de inventaris van het bedrijf of de onderneming.
Vlottende activa zijn bezittingen die korter dan één jaar aan een bedrijf verbonden zijn. Deze bezittingen worden binnen een jaar gebruikt,
zoals de voorraden van het bedrijf of beleggingen op de korte termijn. Onder de vlottende activa vallen ook de liquide middelen,
oftewel het geld, waarover een onderneming direct kan beschikken, zoals de bankrekening of contant geld. Activa worden gebruikt op e
en balans van een onderneming, aan de andere kant van die balans worden de passiva geplaatst.

Passiva
Passiva omvatten de leningen , voorzieningen voor uitgestelde opbrengsten en uitgaven.
Als voorbeeld: de onbetaalde waarde van een hypotheek of geld dat aan leveranciers verschuldigd is, worden als passiva beschouwd.
De huidige passiva of vlottende schulden zijn schulden die binnen één jaar betaald zouden moeten worden, terwijl de passiva op
lange termijn of langlopende schulden langer lopen. Een belangrijke passiva-post is altijd de crediteuren, de nog niet betaalde leveranciers.

Kapitaal
Het kapitaal van een bedrijf  is het totaal van alle kapitaalgoederen waarover dat bedrijf beschikt. Kapitaalgoederen worden
ook wel productiegoederen bedoeld. Deze producten worden gebruikt om andere producten te maken. In veel gevallen is dit geld,
ant er is geld nodig om grondstoffen aan te schaffen of om werknemers te betalen. Zoals al gezegd, kapitaal wordt meestal in
een geldwaarde uitgedrukt. Het kapitaal van een bedrijf kan bijvoorbeeld één miljoen euro zijn. Wanneer het kapitaal iets oplevert,
wordt dan intrest of rente genoemd. Wanneer het kapitaal in een geldsom wordt uitgedrukt, wordt de intrest weergeven als een
percentage. Kapitaal kan toenemen door te investeren. De winst van het bedrijf wordt bij investering gebruikt om ervoor te zorgen
dat het bedrijf meer kan produceren. De winst wordt dan bijvoorbeeld gebruikt om meer machines te kopen of om meer mensen in te huren.


Pensioen BV
Pensioenfonds in de vorm van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.
Meestal voert een pensioen-BV een pensioentoezegging uit, die is gedaan aan een directeur-aandeelhouder.

Overname
verwerven van een meerderheidsdeelneming in een andere onderneming door verkrijging van het gehele dan wel het grootste deel
van de uitgegeven aandelen. Dit is wanneer een bedrijf een ander bedrijf opkoopt. Dit is iets anders dan een fusie waarbij van twee
of meer ondernemingen samengaan (versmelten) tot één nieuwe onderneming.

Overdracht
Centraal staat de overdracht van ondernemingsactiviteiten, waarbij gedacht moet worden aan de overgang van gebouwen,
inventaris, klantenkring, werknemers, know-how, goodwill etc. De Wet eist niet dat er een overeenkomst is tot overdracht van activa.
Het kan ook gaan om een overeenkomst tot verkoop, verhuur, verpachting of uitgifte in vruchtgebruik. De overeenkomst hoeft niet
schriftelijk te zijn vastgelegd. Ook de feitelijke gang van zaken kan tot de conclusie leiden dat er wilsovereenstemming bestaat
over de overgang van een onderneming

Fusie
Het samengaan (versmelten) van twee of meer ondernemingen tot één nieuwe onderneming. Dit is iets anders dan een overname.
Bij een overname is er geen sprake van samensmelting, maar dan neemt een bedrijf een ander bedrijf over.

Activa/passiva transactie
Bij een activa/passiva transactie wordt in feite de onderneming uit de B.V. verkocht en niet de aandelen in de vennootschap.
Bij een eenmanszaak of VOF is altijd sprake van een activa/passiva-transactie, of alleen een activa-transactie (dan worden
de schulden door de verkoper zelf voldaan uit de opbrengst van de verkochte materiële en immateriële activa).

Achtergestelde lening
Onder een achtergestelde lening verstaan we een lening die pas wordt afgelost indien bij een faillissement alle schuldeisers
hun geld hebben teruggekregen.

Calculatie
1) Becijfering 2) Boekhoudterm 3) Kostenberekening 4) Kostprijsberekening 5) Offerte

Productiviteit
Meting van het resultaat van een proces in relatie tot de inbreng (output in relatie tot input).
Kwantificering is mogelijk door de hoeveelheid productie (in geld gemeten of in natura) te delen door een
maatstaf voor arbeid of kapitaal.